van Schot & Mane | De praktische dieren informatiesite

Chronisch nierfalen bij de kat

0
Chronisch nierfalen, ofwel chronische nierinsufficiëntie (CNI), is een probleem dat zéér veel voorkomt bij oudere katten. De aandoening ontwikkelt zich op een termijn van enkele maanden tot jaren. Het is belangrijk dat de aandoening onderkend wordt aangezien je veel kan doen om het verloop te vertragen, des te later het ontdekt wordt des te slechter is de prognose en daarmee de levensverwachting. Langzaam ontwikkelt de kat steeds meer symptomen waarbij de kat sterk zal vermageren en gevoeliger wordt voor veel andere ziektes, chronische nierinsufficiëntie kent een fataal verloop. We gaan in dit artikel niet de nadruk leggen op het voorkomen van de aandoening maar op het onderkennen ervan, we leggen uit wat de aandoening inhoudt en welke symptomen er kunnen optreden. Heb je een oudere kat, dan kan dit artikel voor jou zeker van belang zijn.

Hoe ontstaat CNI?
CNI is eigenlijk een eindstadium van een aantal onderliggende aandoeningen die vaak niet zijn opgemerkt. De nier wordt initieel aangetast waardoor deze steeds minder goed werkt, dit zet zich om tot een ontsteking van de nier en je krijgt een vicieuze cirkel waarbij de nier steeds meer wordt aangetast. Steeds meer functioneel weefsel wordt omgezet in bindweefsel. In dit stadium is het moeilijk te achterhalen wat initieel het probleem is geweest dat deze cascade in gang heeft gezet. Er zijn daarbij verschillende factoren die het verloop versnellen, bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk, een te laag kaliumgehalte in het bloed en een te hoog vetgehalte in het bloed (houd daarom je kat op een juist gewicht). Potentiële oorzaken zijn ongeveer alle problemen ter hoogte van de nier, dit kan gaan om nierstenen, een niertumor of een urineweg obstructie. Daarbij zien we het vaker voorkomen onder bepaalde rassen, er is dus wel degelijk een erfelijkheidsaspect.

Symptomen
Zoals eerder gezegd komt CNI zeer veel voor, het is belangrijk je oudere kat goed in de gaten te houden om de symptomen te onderkennen. Wat je als eigenaar vaak als eerste opmerkt is dat de kat meer/vaker gaat plassen (nattere kattenbak), om dit te compenseren zal de kat meer gaan drinken. Bij buitenkatten is dit natuurlijk niet goed te achterhalen. Let dan op secundaire symptomen als slecht eten, vermageren, braken en diarree. Het dier gaat in zijn geheel achteruit (slechtere vachtkwaliteit) en is lusteloos. In dit stadium zal het bij de dierenarts snel te diagnosticeren zijn, met bloed- en urineonderzoek zul je snel een uitslag krijgen. Wanneer deze symptomen optreden is het helaas al slecht gesteld met de kat, we willen eigenlijk niet dat ons huisdier zo achteruit gaat en om dit te voorkomen kun je er voor kiezen om bij de oudere kat (>13j) standaard één keer per jaar bloedonderzoek te laten doen om te kijken of de nierwaardes nog in orde zijn (ook andere problemen kunnen hiermee opgemerkt worden). De nieren maken normaal ook een stofje aan dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert, ook dit verslechtert waardoor de kat in een later stadium bloedarmoede kan ontwikkelen, dit uit zich in blekere slijmvliezen. Het probleem dat ureum slecht wordt verwijderd in de urine kan zich uiten in een ammoniaklucht uit de bek van de kat, dit gaat soms gepaard met letsels in de bek.

Behandeling
Zoals eerder vermeld wordt nierfalen vaak pas opgemerkt in een vergevorderd stadium. Het is belangrijk dat er goed wordt ingegrepen om deze laatste niercapaciteit niet te verliezen. Door middel van verschillende diagnostische methodes zoals radiografie, echo en urine-cultuur kan de dierenarts naar een oorzaak zoeken, mogelijk kan de oorzaak behandeld worden waardoor het proces sterk wordt vertraagd. Indien deze niet wordt gevonden of kan worden opgelost, moet er over worden gegaan op een therapie die de evolutie van chronische nierinsufficiëntie vertraagt en de kat nog voldoende levenskwaliteit geeft.

  • Het belangrijkste onderdeel van de behandeling bestaat uit een aanpassing van het dieet. Doordat de kat bepaalde afvalproducten moeilijk kan uitscheiden moet men er voor zorgen dat deze minder gevormd kunnen worden. We geven hiervoor een eiwitarm dieet, er zijn commercieel zeer goede diëten beschikbaar voor katten met nierproblemen. Let wel op, de kat moet het lekker vinden, een van de symptomen bestaat eruit dat de kat vermagert, we willen dit proces natuurlijk aanpakken. Zorg ervoor dat de kat eet, maak het warm of doe er bijvoorbeeld vocht van vis bij.
  • De kat moet beter gaan eten, te allen tijde moet dwangvoederen vermeden worden aangezien dit veel stress geeft. Verwen de kat daarom en maak het eten zo lekker/aantrekkelijk mogelijk. Indien de kat echt slecht blijft eten kan de dierenarts middelen geven om braken tegen te gaan en de eetlust te stimuleren. Als noodoplossing is er nog sondevoeding (het is beter om deze stress vermijden).
  • Daarbij zijn er vaak nog verschillende onevenwichten in de ionenbalans van het bloed omdat de nier dit niet meer goed kan controleren. De dierenarts kan hier verschillende therapieën voor instellen, het is belangrijk dat de kat regelmatig gescreend wordt door de dierenarts met een bloedonderzoek. Zeker na het opstarten van het dieet moet gecontroleerd worden of hiermee het bloedbeeld voldoende wordt hersteld.
  • De kat kan last hebben van bloedarmoede in een later stadium, dit zal bij de dierenarts behandeld moeten worden.
  • Ten laatste is drinken essentieel. Het is misschien al opgevallen dat de kat meer drinkt, maar drinkt de kat dan ook voldoende om het urinevolume te compenseren? Het is belangrijk dat de kat te allen tijde toegang heeft tot vers drinkwater, drinken kan gestimuleerd worden met behulp van bepaalde fonteintjes die katten vaak zeer interessant vinden. Daarnaast kan er blikvoeding, waar een veel hoger vochtgehalte in zit, gegeven worden in plaats van brokken. Eventueel kan de dierenarts vloeistoftherapie geven om de vochtbalans te compenseren.

Prognose
Het proces kan niet stopgezet worden, het dier zal achteruit blijven gaan. Maar met een efficiënte therapie kan het wel voor lange tijd gestabiliseerd worden. Zo kan de patiënt nog maanden tot zelfs enkele jaren leven.

Voorkomen
Er bestaan niet direct regels om chronisch nierfalen te voorkomen. De nieren gezond houden is de boodschap. Zorg ervoor dat je kat ‘gezond’ blijft (denk aan inenten, ontwormen en ontvlooien), zorg dat de kat voldoende drinkt, voorkom overgewicht en voorkom dat de kat in contact komt met gifstoffen.

Nawoord
Hoewel we bij de meeste aandoeningen hameren op het voorkomen van een aandoening kunnen we nu stellen dat hier het herkennen van deze ziekte essentieel is. Des te vroeger men erbij is, des te beter zal de prognose zijn en de lengte/kwaliteit van leven. Heb je een oudere kat, houdt deze dan goed in de gaten en ga bij twijfel zeker eens naar de dierenarts voor een bloedonderzoek. Geef je kat niet op, ondanks deze vervelende ziekte kan de kat met de juiste behandeling nog erg oud worden.

Delen.